|
Het Business Art Stageplan (BASplan)
Het BASplan is het stageprogramma van de opleiding Vrije Kunst. Het is gestart in augustus 1994 als een initiatief van beeldend kunstenaar Servaas en het wordt na zijn overlijden in 2001 voortgezet door het VKProBureau.
Het doel van het BASplan is om studenten Vrije Kunst kennis te laten maken met de organisatiestructuur van het reguliere bedrijfsleven. De opgedane kennis over bijvoorbeeld organisatie, reclame en marketing kan worden gebruikt in het zelfstandig functioneren als kunstenaar.
Het VKProBureau begeleidt de student/stagiair bij de keuze van de stageplaats en bij de uitvoering van de stage. Vooral de wisselwerking tussen de student/stagiair en het bedrijf waar de stage wordt gelopen is één van de sterke kanten van het BASplan. Daarvoor wordt zoveel mogelijk ruimte gemaakt, de stage kan zo voor beide partijen een creatieve impuls betekenen.
stageverslagen:
Werken bij Jan Fabre, Witte van Hulzen
Ontwikkelingswerk in Ghana, Simone Hoekstra
Samenwerking met een dichter, Els van 't Klooster
Stad als theater, Julius van der Vaart
Fotografie bij Erwin Olaf, Levi van Veluw
Arjo Klamer, professor in de economie van Kunst en Cultuur aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, schreef:
‘Het zou mooi zijn als kunstwerken voor zichzelf spraken, als de creatie van iets moois, of iets totaal anders, zonder meer erkend wordt, en als kunstenaars zich geen zorgen behoeven te maken over financiële beloning van hun werk. Vergeet het maar. Talloze kunstenaars dingen mee om aandacht, erkenning en financiële beloning. Laten we er maar van uitgaan dat ze zelf overtuigd zijn van de waarde van hun werk. Misschien zijn ze onder elkaar het daar ook over eens. Het probleem ligt aan de andere zijde van de kunstwereld, oftewel de niet-kunstenaars die om kunst geven.
(... )
Markten zijn eigenlijk niet meer en niet minder dan situaties waarin twee partijen over de waarde van goederen handelen. Juist omdat de waarde van kunst onbepaald is, zijn die onderhandelingen zo cruciaal in haar geval. Daarom is er werk aan de winkel voor kunstenaars. Zij moeten zich onderscheiden, niet alleen in hun atelier maar ook daarbuiten waar zij concurreren om de aandacht met een enorm groot en enorm gevarieerd aanbod. Zijn kunstenaars doordrongen van de noodzaak en aandacht op te eisen voor hun kunst, dan willen zij zich vertrouwd maken met de omgeving waarin zij hun kunst moeten waarmaken. Kunstenaars dienen te weten hoe de mensen voor hun kunst te interesseren, hoe in te spelen op de latente belangstelling, en hoe enthousiasme los te weken. Kunst verdient de aandacht, maar die aandacht moet verdiend worden. Stages zijn een middel tot dat doel.’
Alex de Vries schreef over het BASplan: ‘Een kunstenaar is een ondernemer in de meest oorspronkelijke zin: hij onderneemt iets zonder de gevolgen ervan te overzien. De consequenties van de onderneming zijn voor zijn rekening. De kunstenaar-ondernemer neemt het op zich, hij begint eraan, waagt het erop en hij pakt het aan. Deze aspecten
van het kunstenaarschap, die van de zelfstandige kunstenaar, zijn vergelijkbaar met die van de industrieel of de fabrikant.
Het is een misvatting dat een kunstenaar enkel verantwoording aan de kunst - of beperkter nog - aan zijn kunstenaarschap heeft af te legggen. Op een kunstacademie wordt deze kant van het ondernemerschap meer bekeken in relatie tot artistiek talent dan tot de maatschappelijke positie van de kunstenaar en de verantwoordelijkheid die hij in dat opzicht van zichzelf heeft. Niemand is een kunstenaar als hij niets onderneemt.
Het BASplan leert de kunststudent de gevolgen van zijn kunstonderneming inzien. Kunstenaarschap is gewoon een vakspecifieke terminologie voor ondernemerschap. Een kunstenaar - hoor je weleens zeggen - loopt stage in het leven. Niets is dus logischer hem dat al tijdens zijn opleiding te laten doen.’
|
|
|