Ontwikkelingwerk in Ghana
stageverslag van Simone Suhuyini Hoekstra.
Voor mijn stage ben ik drie maanden naar Ghana geweest. 14 Januari 2006 verliet ik het koude Nederland, om daar op 8 april in mijn Ghanese outfit, al klappertandend terug te komen.
Ik ben er via de organisatie 'Ontmoet Afrika' terechtgekomen. Dit is een kleine organisatie, opgericht door een Nederlandse en een Ghanese vrouw. De Nederlandse vrouw zorgde vooral dat je goed voorbereid vertrok en bij de familie van de Ghanese vrouw verbleef je eerst een paar dagen om te wennen. Zij hebben hun organisatie net buiten Tamale gevestigd. Dit ligt redelijk in het noorden van Ghana.
Daarna heb ik twee maanden in een kleihutje gewoond, bij een gastgezin in het dorpje Tuunayili, ook vlakbij Tamale. Van mijn vadertje kreeg ik een Ghanese naam, Suhuyini.
Ondanks dat zij praktisch geen engels konden, was het erg gezellig en vooral door al het handen- en voetenwerk erg geestig. Maar uiteraard was dat soms ook erg frustrerend, vooral toen ik na een week al voor de eerste keer erg ziek was (uitgedroogd) en naar het ziekenhuis moest.
Na die twee maanden in Tuunayili heb ik nog drie weken door Ghana gereisd.
Maar wat heb ik hier allemaal geleerd... Bijvoorbeeld om onder hele primitieve omstandigheden te leven. Zo moest je douchen met een halve emmer water en een bekertje waarmee je het water over je heen gooit. Plassen deed je achter hetzelfde muurtje als waar je achter douchte. En voor je andere behoeftes was een mooi poephuis, waar je alleen overdag heen kon, want in het donker was het overgenomen door de kakkerlakken en moest je achter de bosjes (lees wat hoge grassprietjes). Klinkt misschien zwaar, maar viel echt heel erg mee.
Verder werd er elke ochtend door de vrouwen water gehaald met emmers op het hoofd. Door het droge seizoen was dit een wandeling van een halfuur, waardoor ik dat maar niet heb geprobeerd. Wel heb ik geholpen met huisjes bouwen. Hiervoor moesten we water uit een put iets verderop halen (dat water was hiervoor speciaal door een rijk iemand opgekocht en werd in die put bewaard). Dit was een afstand van zo’n honderd meter en na acht emmers had ik toch al behoorlijk spierpijn in mijn nek. Maar toch leuk om dat ook eens gedaan te hebben. En dan te bedenken dat die vrouwen bakken droegen waar bijna vier emmers in gingen. Pfff.
Verder heb ik er vrijwilligerswerk gedaan. Ik heb lesgegeven aan lichamelijk gehandicapte vrouwen die een naaiateliertje runden om rond te komen. Elk hadden ze een kind toegewezen gekregen om voor ze te zorgen. ’s Ochtends gaf ik de vrouwen les in engels en wiskunde en ’s middags de kinderen.
Met de kinderen heb ik een paar keer geschilderd. De eerste keer zaten ze me echt aan te kijken, van, wat moeten we met die kwasten?! Ik ben toen zelf begonnen met schilderen, waarna ze allemaal precies mijn tekening namaakten. Ook toen ik ze zelf liet schilderen deden ze allemaal elkaar na. Originaliteit kennen ze niet. Maar het was een erg leuke en kliederige ervaring, het naaiatelier was meteen ook wat opgefleurd. Oeps.
Verder heb ik vriendjes gemaakt met wat schilders op de culture center. In eerste instantie probeerden ze me schilderijen te verkopen, maar als ik zei dat ik zelf schilderde kon ik best leuke gesprekken met ze voeren. Wel viel me op dat ook hier het woord originaliteit onbekend was. In elk tentje zag je bijna dezelfde schilderijen. Ook bewaarden ze foto’s van schilderijen en als er eentje verkocht was maakten ze hem nog een keer. Haha, toch wel anders dan hier.